|

Yang Shao-Hou 1862-1930
(broer van Yang Cheng-Fu)
Yong Nian (streek), Hebei (provincie)
Grootmeester Yang Shao-Hou was de oudste zoon van Yang Jian-Hou. Hij leerde Taijiquan van zijn groot vader Yang Lu-Chang, zijn vader Yang Jian-Hou en zijn oom Yang Ban-Hou.
Vanaf 1902 werden zowel Yang Shao-Hou als zijn broer Yang Chen-Fu assistenten van hun vader. In 1912 werd Yang Shao-Hou ingehuurd door Xu Yu-Sheng om Taijiquan te onderrichten aan het Beijing Sport Instituut en door deze inspanningen werd hij een profesionele Taijiquan-meester. Gedurende 1902 en 1928 werkte Yang Shao-Hou parttime als body guard en heeft hij ook in Shanghai, Hangzhou en Nanjing lesgegeven. Hij gaf vaak Taiji-les in Beijing. In deze periode werd Yang Shao-Hou 'De Eerste Taijiquan Persoon' genoemd vanwege zijn hoge niveau van ervaring met Taijiquan.
Yang Shao-Hou was een erg zelfverzekerde leraar en hij hield ervan Taiji uit te leggen met behulp van san shou (een soort sparring). Tijdens zijn training kon hij onmiddellijk en heftig toeslaan. Het hoofdkenmerk van de san shou van Yang Shao-Hou was toe te slaan zonder een aanval af te wachten waardoor zijn tegenstanders werden verrast. Heel dikwijls als Yang Shao-Hou Taiji onderrichtte kon een diepe, niet te hard klinkende plof worden gehoord. Dit was Yang Shao-Hou die zijn tegenstander enkele meters weggooide. Zijn fa jin was stevig; zowel flexibel als shockerend.
In die tijden waren het alleen rijke mensen die zich het leren van Taijiquan konden veroorloven maar zij konden de ruwheid van zijn lessen niet verdragen. Hoewel de Taijiquan van Yang Shao-Hou heel goed was, was hij niet populair. Zijn harde manier van lesgeven is daarom de reden dat hij heel weinig leerlingen had. Het tegenovergestelde was het geval bij zijn broer Yang Cheng-Fu.
|