Chinese Chinees English Engels

oefenen en toepassingen

Taijiquan kent drie pijlers: houding, ontspanning en balans. Het oefenen van deze zaken is niet afhankelijk van leeftijd, lichamelijke kracht of de ruimte die je ter beschikking hebt. Je leert door Taiji hoe je je te allen tijde lichamelijk kunt ontspannen. Uiteindelijk is het de bedoeling dat deze ontspanning een tweede natuur van je wordt. Waar je ook bent, of je op de fiets of achter je bureau zit, je bent ontspannen. En wanneer je je lichaam bewust kunt ontspannen, volgt ook de geest en vice versa. Een weldadige, positieve energie komt dan vrij.

Taiji gebruikt een reeks vaststaande bewegingen om dit aan te leren. Die bewegingen moeten langzaam en ‘bewust’, dus ontspannen, worden uitgevoerd. Het gaat erom dat bij elke beweging of bij elk onderdeel van een beweging geen onnodige kracht wordt gebruikt. Balans, ontspanning, ademhaling en een juiste houding zijn essentieel. Als je pijn in je rug hebt door een onjuiste houding, staat je lichaam niet in evenwicht, en moet je de foute houding compenseren door op bepaalde plaatsen in het lichaam extra kracht te gebruiken. Taiji leert je om je bewust te worden van de eigen houding en van die plekken in je lichaam waar je onbewust te veel kracht gebruikt.

Uiteindelijk bereik je een niveau waar volledige ontspanning automatisch verloopt – zonder erbij na te denken. Je zult je erop betrappen dat je ongemerkt, al wachtend in de rij bij de supermarkt, Taiji aan het doen bent.

Voor geïnteresseerden is er binnen Taiji uiteraard ook voldoende ruimte voor vechtkunst en zelfverdediging.

Gezondheid en Werk
Al lang is het in China bekend dat Taiji verschillende chronische kwalen, zoals aandoeningen van het bloedcirculatiesysteem, pijnlijke gewrichten, slaapstoornissen, rugklachten, hoge bloeddruk enz. kan voorkomen, verhelpen of, op z’n minst, kan verlichten. Dit komt door het effect dat Taiji heeft op de energiehuishouding. Taiji streeft ernaar om energie te activeren en te behouden in plaats van energie te verspillen.

RSI, burn-out, stress, depressie, motivatiegebrek en vermoeidheid zijn veel voorkomende klachten op het werk. Veel van deze klachten komen onder andere voort uit een te gespannen werkhouding en een overbelaste geest.

De voordelen van het beoefenen van Taiji komen zeer goed naar voren tijdens het werk. Taiji maakt je bewust van de spanningen in je lichaam. Je leert een goede gebalanceerde lichamelijke houding aan en hoe je door Taiji je geest (gedachten) kunt ontspannen waardoor de positieve energie weer een kans krijgt.

Innerlijke stijlen
Er zijn twee soorten Chinese vechtkunst, te weten de innerlijke en de uiterlijke stijl. Deze twee dienen scherp onderscheiden te worden. Wat de oefeningen betreft, wordt er bijvoorbeeld bij de innerlijke stijlen veel aandacht besteed aan het ontspannen, de concentratie en de lichamelijke en geestelijke balans, terwijl in de uiterlijke stijlen de nadruk ligt op lenigheid en het vergroten van de spierkracht. Bovendien besteden de innerlijke stijlen veel aandacht aan de coördinatie en samenwerking van lichaam en geest, kortom, het gehele lichaam.

Wat de snelheid van de bewegingen betreft: in de innerlijke stijlen worden de bewegingen niet alleen snel maar ook langzaam uitgevoerd. Een voorbeeld van dat laatste is Taijiquan.

In het Chinees worden de innerlijke stijlen ook Neijia Quan of Neigong Quan genoemd. In het Engels kan dat vertaald worden met ‘internal martial arts’, in het Nederlands met ‘innerlijke vechtkunst’ maar ook met ‘innerlijke bewegingsleer’.

Een stukje geschiedenis
Er zijn vijf bekende stijlen van Taiji, te weten de Chen-, Yang-, Wú-, Wu- en Sun-stijl.

Uit de Taiji-stijl van Chen ontwikkelden zich vier andere stijlen. Hoe ging dat? Chen Pu, de eerste generatie van de familie Chen, verhuisde in 1372 van Sanxi naar Xing Yang Xian in Henan. Daarna verhuisde hij naar het dorp Shang Yang, dat later werd herdoopt in Chen Jia Guo, ter ere van de Chen-familie.

Chen Pu was een meester in de vechtkunst. Hij gaf zijn kennis door aan de jongere generatie. Chen Wang Ting (1600?-1680), een telg van de negende generatie van de Chen-familie, noteerde het volgende: “… als ik niks hoefde te doen in de boerderij, dan deed ik wat vechtkunstoefeningen of leerde ik mijn kinderen en kleinkinderen de vechtkunst …”.

Sindsdien werd Taijiquan steeds populairder. In de Qing-dynastie schreef Chen Chang Xing (1771-1853), een telg van de veertiende generatie van de Chen-familie, de volgende boeken: De Tien Belangrijkste Principes van Taijiquan, Vechten volgens Taijiquan en Vechten Volgens de Belangrijkste Principes van Taijiquan.

Op hoge leeftijd begon Chen Chang Xing les te geven. Yang Lu Chang (1799-1872), die in de buurt van de school van de heer Chen aan het werk was, leerde stiekem Taiji doordat hij door een kier in de schutting naar de lessen van de heer Chen keek en zich vervolgens de technieken eigen maakte wanneer er niemand bij was. Twee jaar later werd Yang betrapt door de heer Chen toen hij 's nachts aan het oefenen was.

“Jij hebt nooit bij mij les gehad. Hoe ken je die oefening?”vroeg Chen. 
Ik wilde graag les van u krijgen maar dat kon niet. Mijn baas geeft mij geen toestemming, daarom kijk ik stiekem door een kier in de schutting naar uw lessen. Daarna probeer ik het zelf als niemand erbij is”, gaf Yang als antwoord.
De heer Chen was onder de indruk van Yang’s toewijding en eerlijkheid. Chen overlegde met de baas van Yang, die Yang toestemming gaf, in zijn vrije tijd les van Chen te volgen. Dit verhaal ging de wereld in onder de titel: De gouden Chang (Chang is een van de voornamen van Yang Lu Chang) steelt de kunde.

Yang Lu Chang trainde meer dan tien jaar heel hard bij de heer Chen. In die periode versloeg hij ook veel bekende vechtkunstbeoefenaars en kreeg daarom de bijnaam “de onovertroffen Yang”. Yang gaf later les aan het keizerlijke hof. Hij paste de moeilijkheidsgraad van de oefeningen aan omdat die voor sommige hovelingen problemen opleverde.

Sindsdien werd Taijiquan overgeleverd door zijn zonen Yang Ban-Hou (1837-1892), Yang Jian-Hou (1839-1917) en de kleinzonen en Yang Cheng-Fu (1883-1936). Uit deze traditie komt de bekende Yang-stijl, de klassieke Taijiquan, of de ‘grote vorm (da jia) van Yang-stijl Taijquan’ voort.
Wú Quan-You leerde Taijiquan van Yang Lu-Chang en toen deze overleed van Yang Ban-Hou. Wú Jian-Quan (1870-1942), de zoon van Wú Quan-You, ontwikkelde een eigen Taijiquan-vorm, die bekend zou worden als Taijiquan in de Wú-stijl.

Wu Yu-Xiang (1812-1880) leerde eerst Taijiquan van Yang Lu-Chan. Daarna ging hij naar Chen Jia Gou, waar meester Chen Chang-Xing woonde. Toen was de heer Chen ongeveer tachtig jaar oud en gaf hij geen les meer. Wu leerde dus Taijiquan van Chen Qing-Ping, de vijftiende generatie van de Chen-familie. Wu Yu-Xiang gaf Taijiquan door aan zijn neef Li Yu-Yu; Li gaf het door aan Hao Wei-Zheng; Hao Wei-Zheng gaf het door aan zijn zoon Hao Yue-Ru; Hao Yue-Ru gaf het door aan zijn zoon Hao Shao-Ru. Deze stijl staat bekend als de Wu-stijl Taijiquan.

Sun Lu-Tang (1861-1932) was een bekende Xingyi- en Bagua-meester, leerling van Li Kui-Heng en Guo Yun-Sheng, beiden beroemde Xingyi-meesters. Meester Sun leerde later Bagua van Cheng Ting-Hua. Van Hao Wei-Zheng leerde Sun Taiji en creëerde zijn eigen stijl, de Sun-stijl Taijiquan.

Behalve Taiji zijn er ook twee andere, soortgelijke oefeningen, die ook tot de innerlijke stijlen worden gerekend: Bagua en Xingyi.

Positieve energie 
Iedereen heeft wel eens meegemaakt dat je je door goed nieuws plotseling energiek voelt. Dat is het gevolg van de geactiveerde positieve energie.

Door te leven volgens de principes van Taiji wordt positieve energie in ons lichaam geactiveerd. Deze energie zorgt ervoor dat ons lichaam en onze geest op een gezonde manier functioneren. Een van de eerste effecten van het beoefenen van Taiji is dat men warme handen en een lekker gevoel in het lichaam krijgt, terwijl men toch al die tijd stil heeft gestaan. Dat is het gevolg van het stromen van de positieve energie. Uit feedback van onze leerlingen blijkt, dat - na de beoefening van Taiji - bijvoorbeeld RSI-problemen, rug-klachten, en stress verminderen of genezen. 

Pushing Hands

Pushing Hands